|
|
|
Informatie > Geschiedenis |
Geschiedenis
Shanghai (letterlijk: aan zee) wordt voor het eerst omstreeks
1280 onder deze naam genoemd, ofschoon er rond 200 jaar voor Christus op
de huidige locatie al een vissersdorp met de naam Hu-Tuh wordt vermeld (Hu
is nog steeds een veelgebruikte aanduiding voor Shanghai). Tot zo'n 150
jaar geleden was Shanghai niet meer dan een verzameling buurtschappen aan
de rand van het Chinese rijk.
Door zijn ligging aan de monding van de Yangtze, de enige tot diep in het
binnenland bevaarbare Chinese rivier, werd Shanghai echter in de 19e eeuw
een handelsplaats waar Westerse handelaren, clandestien, Chinese goederen
kochten en die betaalden met opium. De pogingen van de Chinese regering de
opiumhandel te stoppen leidde in 1839 tot een botsing tussen China en
Engeland (de eerste Opiumoorlog).
Engeland kwam als sterkste uit de strijd en bedong bij het verdrag van
Nanjing (1842) onder andere de officiële openstelling voor buitenlandse
handel van Shanghai. Shanghai ontwikkelde zich daarna in snel tempo tot
het voornaamste centrum voor handel tussen China en de buitenwereld. De
Chinese regering, vernederd door het verlies van de zeggenschap over een
deel van haar territorium, was niet geïnteresseerd in internationale
handel en daarmee niet in Shanghai, dat sowieso in de periferie lag.
De buitenlanders konden vrijwel ongehinderd hun gang gaan, zeker nadat zij
bedongen hadden dat zij niet onder de Chinese rechtspraak vielen. De zich
in Shanghai vestigende buitenlanders, m.n. Engelsen, Fransen, Amerikanen,
Wit-Russen en later Japanners, stichtten, samen met hun Chinese
handelspartners, een stad die nauwelijks onder enige staatsautoriteit,
Chinese of andere, viel en zich uitsluitend liet leiden door de commercie.
De naam Shanghai kreeg in de eerste helft van de twintigste eeuw een
legendarische klank. De Parel van het Oosten riep associaties op met
misdaad, decadentie, ongebreidelde mogelijkheden en losbandigheid.
De Tweede Wereldoorlog en de communistische machtsovername door Mao Zedong
in 1949, maakten een eind aan het oude Shanghai. De Communistische
regering strafte de stad voor haar decadente verleden en haar banden met
het westen. Met de meeste buitenlanders verdween ook de welvaart uit
Shanghai, al was de stad nog jarenlang de basis van de Chinese industrie,
omdat het de enige plek was waar moderne fabrieken stonden.
Na Mao's dood in 1976 liet zijn opvolger Deng Xiaoping in het bijzonder
vanaf 1992 de beletselen vervallen voor op winst gerichte bedrijfsvoering
in China. Shanghai mocht uit zijn winterslaap ontwaken, ook al omdat in de
centrale regering in Peking belangrijke plaatsen werden (en worden)
ingenomen door politici uit Shanghai.
Disclaimer: No rights can be derived from the texts on this site. The Royal
Netherlands Consulate-General does not necessarily endorse the views expressed in the Internet sites to which it provides links
nor is the Embassy responsible for the information they contain.
|
| Shanghai |
|
|
 |
|
|